27 september 2021

Herdenking Rozenboom: de deportaties

In aanloop naar de Rozenboomherdenking op 7 oktober verstrekt historicus Piet den Otter achtergrondinformatie over de gebeurtenissen op 2 en 3 oktober 1942 en de mensen wie het betreft. Zijn bijdrage voor deze keer gaat over de deportaties vanuit de Celeanum-gymzaal.

Op 2 en 3 oktober 1942 voltrok zich de eerste grote deportatie van Joodse Zwollenaren. Er volgden er nog twee, van 18 tot 20 november 1942 en van 8 tot 10 april 1943. Daarna was Zwolle officieel ‘Judenrein’. Op zaterdag 3 oktober – Yom Kippoer, Grote Verzoendag – arriveerden 154 Joodse Zwollenaren in het doorgangskamp Westerbork. Globaal gesproken kwamen zij op twee manieren in Westerbork terecht.

Tientallen Zwolse mannen in de leeftijd van 16 – 65 jaar kwamen rechtstreeks vanuit voormalige Rijkswerkkampen in Overijssel (kamp De Vecht bij Dalfsen) en Friesland (kamp De Witte Peal bij Sint-Johannesga) naar Westerbork. Veel Joodse mannen waren in 1941-‘42 door de stortvloed aan anti-Joodse maatregelen werkloos geraakt of doelbewust werkloos gemaakt. Conform de Nederlandse werkloosheidswetten werden zij na medische keuring door de Gewestelijke Arbeidsbureaus tewerkgesteld in kampen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Nadat de niet-Joodse arbeiders in de loop van 1942 naar huis waren gestuurd, veranderden deze werkkampen in feite in Joodse dwangarbeiderskampen. Landelijk zijn zo circa 6500 Joodse mannen door de bezetter gegijzeld. De Duitsers creëerden op deze wijze een reservoir van Joden om de door Berlijn geëiste deportatiequota te vullen.

Op 1 oktober1942 ontvingen Duitse en Nederlandse instanties het bevel van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung (eufemistisch het ‘Centraal bureau voor Joodse emigratie’) in Amsterdam dat de bewoners van de Joodse werkkampen op 2 en 3 oktober allemaal tegelijk naar Westerbork moesten worden overgebracht. Daarnaast kregen Nederlandse en Duitse politiekorpsen opdracht om gezinsleden van de mannen eveneens naar Westerbork over te brengen, onder het voorwendsel van gezinshereniging in afwachting van ‘tewerkstelling onder politietoezicht’ in het Oosten.

De Zwolse gemeentepolitie bracht vrouwen, kinderen en een aantal mannen op vrijdag 2 oktober samen in het Celeanum aan de Veerallee. Tien personen wisten uit het Celeanum te ontkomen (en overleefden de oorlog), de anderen liepen op zaterdag vanuit het Celeanum naar het (nu niet meer bestaande) Zwolse veestation. Uit het zicht van het publiek vertrokken zij naar Westerbork.

Vier Zwolse mannen ontsnapten op 8 oktober uit Westerbork en liepen terug naar Zwolle. Drie van hen zouden de oorlog overleven.

Alle anderen zijn vanuit Westerbork naar de werk- en vernietigingskampen het Oosten gedeporteerd. Van hen heeft slechts één vrouw de gruwelen van de kampen overleefd. Zij keert in 1945 vanuit Theresienstadt terug in Zwolle.

126 personen zijn vermoord in Auschwitz, 7 in Sobibor en 14 in verschillende werkkampen in Midden-Europa, veelal onbekend waar en wanneer precies.

Waarom? Ze waren als Jood geboren.

Onderstaande foto is de enige bekende foto van de tocht van de Zwolse Joden naar het gymlokaal van het Celeanum aan de Veerallee.