30 juni 2015

Afscheidsinterview Emmy van Vliet

Na bijna 40 jaar bij ons op school neemt onze biologie docente Emmy van Vliet afscheid. We hielden een afscheidsinterview met haar.

Over wadbeesten, pubers en het mooie vak biologie

“Een Zwollenaartje, doe mij die maar! Daar trakteerden we vaak op met verjaardagen aan de Veerallee!”, lacht Emmy van Vliet bij dit toepasselijke taartje aan het begin van het interview. Na bijna 40 jaar aan het Gymnasium Celeanum neemt Emmy afscheid van de school, waar ze vrijwel elke dag met plezier naar toe is gegaan. “Natuurlijk waren er ook minder leuke dagen, maar als je je steeds focust op dat wat er wel goed gaat, is er altijd is positiefs in een dag. Daar ontleen ik mijn energie aan.” En dat is te merken. Na 40 jaar zien we Emmy nog steeds jaloersmakend stralend voor de klas en in de personeelskamer.

Haar carrière begon ze aan de Veerallee, waar het oude gebouw van het Celeanum nog altijd staat. “Een mooi gebouw”, vindt Emmy. De school was toen traditioneler dan nu. Veel mannen werkten er, weinig vrouwen. “Werken was voor vrouwen in die tijd een soort privéhobby, waar het gezin niet onder mocht lijden”, vertelt Emmy. “Mijn eigen moeder, een onderwijzeres, werd op de dag dat ze trouwde ontslagen. Zo ging dat toen. Ik heb vaak gehoord hoe erg ze het vond dat ze moest stoppen. Het enthousiasme voor lesgeven heb ik vast van haar geërfd.”

“Ik was vroeger ook zo”


Maar wat maakt dat lesgeven nou zo leuk? Daar hoeft Emmy niet lang over na te denken. “Ik voel me verwant met de leerlingen. Ik was vroeger ook zo. Ik snap best dat er andere dingen belangrijker kunnen zijn dan biologie of welk vak dan ook. Ik zat vroeger ook te kletsen en lette niet op als het me niet interesseerde. Eigenlijk is dat nog zo…”, lacht ze een beetje besmuikt. “Maar over het algemeen was ik geïnteresseerd in veel onderwerpen. En dat zie ik ook terug in onze leerlingen.”

Op de vraag of de leerling van nu erg anders is dan de leerling van 40 jaar geleden haalt ze haar schouders op: “Ach, dat is moeilijk te zeggen, ik ben ook veranderd. Het waren en het zijn nog steeds leuke, nieuwsgierige, kritische, soms stuiterende pubers. Nu zijn ze druk met hun mobieltjes, vroeger schreven ze elkaar briefjes.”

Wadbeesten


Als haar vak, biologie, ter sprake komt, begint Emmy te stralen: “Ik heb er plezier in de leerlingen te laten zien hoe mooi en tegelijkertijd hoe complex de natuur is.” De inhoud van het vak is onder invloed van de invoering van de Tweede Fase behoorlijk veranderd. “We hadden voor die tijd meer vrijheid om ons eigen lesprogramma samen te stellen.”

Zo was er in klas 5 een excursie naar het wad bij Schiermonnikoog. Doel van de excursie was om het wad echt te beleven. Biologie is immers ook zintuigen gebruiken. Emmy mijmerend: “We gingen de wind voelen, de zeelucht ruiken en luisteren naar de stilte en de vogelgeluiden. De leerlingen gingen geblinddoekt met de handen op elkaars schouders de blubber in. We gingen het wad op met een grote spitvork om beestjes te zoeken. We fantaseerden er op los over hoe we eruit zouden zien als wij zelf een wadbeest waren en in dit milieu wilden overleven. Het was Tweede Fase onderwijs, lang voordat we hiervan hadden gehoord.” Maar juist de Tweede Fase maakte hier een eind aan.

“Jammer, maar er zijn genoeg boeiende onderwerpen overgebleven of erbij bijgekomen.”, zegt Emmy relativerend. “De interessantste momenten tijdens een les vind ik die, wanneer een leerling vraagt naar het waarom in de natuur. Vragen waarop ik geen antwoord kan geven, waarover ik alleen met hen kan filosoferen. Dat is soms even wennen; de leerlingen hebben liever duidelijke antwoorden. Maar juist dat filosoferen is zo mooi: het laat zien hoe ingenieus de natuur is en hoeveel er nog te ontdekken valt.”

Maar meteen hier achteraan: “Ja, ik heb een prachtig vak, maar een vak is uiteindelijk maar een middel. Het gaat om de leerling. Ik ben heel geïnteresseerd in de leerlingen en voel me erg bij ze betrokken. Vooral ook bij leerlingen bij wie het niet allemaal vanzelf gaat. Ik was blij als ik hen een steuntje in de rug kon geven en ben dan ook altijd met veel plezier tutor geweest. Veel werk, maar heel zinvol.”

Propaganda-avond


In 40 jaar onderwijs is veel gebeurd. Diverse anekdotes, bijzondere leerlingen en kleurrijke collega’s schieten haar te binnen. “Ik heb erg genoten van Klaas la Roi uit klas 6 die mij nadeed tijdens de jaarlijkse Propaganda-avond. Dat was meesterlijk.”

Ook aan haar collega Ria Zweep met wie ze begon aan de Veerallee bewaart ze blijvend goede herinneringen. “Hoe wij samen pionierden in het vak en sleepten met tafels en stoelen en microscopen bij gebrek aan een practicumlokaal, zal ik niet vergeten.”

Nu aan de Zoom met een eigen practicumlokaal werkt het veel fijner. “Toen we verhuisden van de Veerallee en ik alle opgezette dieren afstofte, viel meer dan de helft van die dieren uit elkaar. Dat was symbolisch voor het stof wat we toen ook in het onderwijs van ons afgeschud hebben. De Tweede Fase had ons traditionele onderwijs behoorlijk overhoop gegooid. Ik was heel blij dat we, onder de bezielende leiding van Hans Boers, in het nieuwe gebouw, een nieuwe, eigen weg vonden in alle Tweede Fase voorschriften.”

Opvallend was ook een profielwerkstuk van twee leerlingen over genderdysforie: ontevreden zijn met je biologische geslacht, omdat dat niet in overeenstemming is met je genderidentiteit. Emmy: “Dat was toen nog een heel nieuw onderwerp. Een paar jaar later kwam er een missive van het ministerie van Onderwijs dat dit onderwerp tijdens de les besproken moest worden.” Voor het praktische deel van dit profielwerkstuk moesten de leerlingen over dit onderwerp voorlichting geven aan leerlingen in klas 2. Emmy: “Ik zal nooit vergeten dat aan het eind van zo’n voorlichtingsles een tweedeklas jongen oprecht verzuchtte: “Oh wat ben ik blij dat ik gewoon ben!”

Rozenboom


Zorgelijk wel vindt Emmy de verschuiving die nu optreedt in de maatschappij. “Culturele en maatschappelijke waarden dreigen ondergesneeuwd te raken door meetbare doelen en economische efficiëntie. Ik zou voor onze school wensen dat we ons onderscheiden op juist die “zachte” waarden.” Daarom is ze blij met dingen als de adoptie van het Joodse monument de Rozenboom voor het oude Celeanum en de actie voor de beschadigde fontein in Rome. “Natuurlijk zijn eindexamenresultaten belangrijk, maar een gymnasium is bij uitstek een middel om de culturele waarden van onze maatschappij te versterken en uit te dragen. Dit soort activiteiten draagt daar aan bij.”

Toekomst


Op de vraag of ze het Celeanum gaat missen, zegt ze: “Ik zal het lesgeven, de leerlingen en de collega’s missen, maar de tas met huiswerk zeker niet.” Na haar afscheid gaat Emmy eerst een tijdje niks doen. Maar lang stilzitten kan ze ook niet: “Ik wil mijn ‘alfakant’ ook ontplooien. Bijvoorbeeld door me te verdiepen in kunst- of cultuurgeschiedenis. Ik ben nog lang niet uitgeleerd!”