Grieks en Latijn

Grieks en Latijn, de Klassieke Talen, zijn op een gymnasium verplichte vakken. Van klas 1 tot en met 3 heb je beide talen en vanaf klas 4 mag je kiezen in welk van de twee je eindexamen wil doen. Uiteraard mag je ook in beide vakken eindexamen doen.

In klas 1 beginnen we met Latijn en in klas 2 komt Grieks erbij.  In klas 4 en 5 krijg je ook het vak KCV: klassieke culturele vorming. Hierbij leer je over de geschiedenis van de Romeinen en Grieken en ga je dieper in op bijvoorbeeld (bouw)kunst of filosofie, al dan niet aan de hand van authentieke teksten in vertaling.

Handig

Het volgen van de Klassieke Talen heeft een aantal voordelen: je leert analytisch denken door het vertalen van Grieks en Latijn en dat is ook handig bij andere vakken, zoals de bètavakken. Zie een Latijnse of Griekse zin als een wiskundesom: je moet eerst heel goed puzzelen, voordat je de uitkomst, dat wil zeggen een mooie zin, hebt. Dat vraagt heel wat van je denkvermogen. Verder is Latijn de basis van veel moderne talen en die je daardoor makkelijker leert. Natuurlijk ben je niet alleen aan het vertalen, maar krijg je ook inzicht in de rijke cultuur en geschiedenis van de Grieken en Romeinen. Hierdoor ga je onze eigen Westerse beschaving beter begrijpen. Zo ligt bijvoorbeeld de oorsprong van ons democratische systeem in 500 voor Christus in het oude Athene in Griekenland.

Verhalen

De vakken Latijn en Grieks zijn niet alleen interessant, maar ook leuk. Je leest allerlei spannende en grappige verhalen en teksten over historische gebeurtenissen. Hoeveel dichter kan je bij de hoofdpersonen uit de geschiedenis komen dan wanneer Caesar je door middel van zijn eigen tekst rechtstreeks toespreekt over zijn belevenissen in Gallië? En neem de mooie verhalen van Ovidius, die in zijn boek de “Metamorfosen” de meest spectaculaire gedaanteverwisselingen beschrijft, zoals over het meisje Daphne dat in een laurierboom veranderde. Of de “Ilias” van Homerus, waarin hij vertelt over de allesverwoestende oorlog tussen de Trojanen en Grieken. Allemaal onderwerpen die ook in deze tijd nog altijd terug te vinden zijn. In de onderbouw lees je vereenvoudigde teksten en in de bovenbouw oorspronkelijke Griekse en Latijnse teksten. 

Excursies

In alle jaarlagen, behalve in klas 6, gaan we op excursie. Deze excursies hebben te maken met de klassieke talen en zijn vaak vakoverstijgend. Zo gaan we in klas 1 naar het Archeon. In klas 2 gaan we naar het Duitse Xanten. Hier was ooit een Romeinse stad gebouwd onder de rook van een Romeins legerkamp. Om het Duits wat te oefenen krijgen de leerlingen ook een opdracht van het vak Duits mee. Keulen staat op het programma van klas 3. In Keulen is precies bij de Dom een Romeinse villa gevonden en daar is museum overheen gebouwd. De excursie Keulen is samen met de vakken Duits en Geschiedenis. In klas 4 blijven we dichter bij huis en gaan we naar het Paleis op de Dam en het Allard Pierson Museum. In het Paleis op de Dam zijn allerlei verwijzingen naar de klassieke oudheid te vinden. En uiteindelijk gaan we in klas 5 naar Rome of Griekenland waar alles samenkomt wat je tot dan toe geleerd hebt en is met recht de mooiste en leukste excursie!